Mijn huisdier in de koelkast
Het studentenhuis waarin ik woon is heel beschaafd. De afwas wordt vrijwel elke avond gedaan, het toilet min of meer elke week geboend. We eten gezond en de frituur is nog niet aan geweest sinds ik hier woon. In dat opzicht lappen we elk cliché over
Mijn kamer is een typisch studentenhok. Ons huis is van het oude stempel met plafonds op twee meter hoog en natuurlijk een schuin dak. Het kleine raam zakt van ellende bijna uit het raamkozijn, de spuitsneeuw zit er al minimaal vier jaar op wist buurman uit de kamer naast me te vertellen. Op de muren zitten vele lagen behang en verf, de plinten waren afwisselend bruin, groen en blauw voor ik er met een witte kwast overheen ging. De vorige bewoonster heeft ruim 4 meter aan boekenplank aan de muur geschroeft, maar zelfs daar passen al mijn boeken niet op, ruimte voor een boekenkast is er niet meer. Op de kastdeur is zoveel verf gesmeerd dat er dikke strepen naar beneden zijn gedruppelt. De kraan lekt en de vloer kraakt. Huisgenoot direct onder me draait de volumeknop van de stereo graag ver open, linksonder speelt vleugel. Ik kan telefoongesprekken letterlijk volgen als ik wil. Ondanks deze onvolmaaktheden ben ik blij met m’n kamer. Deze negen vierkante meter met inbouwkast zijn van mij. Ik begin zelfs te houden van mijn huisdier in de koelkast.
Die lekkende kraan kan Kobus wel even repareren. Gewoon een nieuw leertje erin. Want ieder druppie kost een duppie!
Maar dat huisdier in de koelkast... Gewoon een kwestie van even een sopje erdoor. Want eigenlijk is het wel een beetje gevaarlijk, zo'n huisdier.
Niet elke schimmel is onschuldig.